Verzorging
Dierenwelzijn en verrijking: signalen van stress en pijn herkennen
Een hond die goed eet en gezond lijkt, voelt zich niet automatisch goed. Welzijn gaat ook over de kans om natuurlijk gedrag te vertonen, over rust, veiligheid en de juiste uitdaging. Honden kunnen niet zeggen hoe ze zich voelen, maar ze tonen het wel. Wie de signalen leert lezen, kan veel problemen voorkomen.
Wat is dierenwelzijn?
Een veelgebruikt kader zijn de vijf vrijheden, opgesteld door de Britse Farm Animal Welfare Council. Een dier hoort vrij te zijn van:
- honger en dorst;
- ongemak, door een gepaste en comfortabele leefomgeving;
- pijn, verwonding en ziekte;
- angst en chronische stress;
- en het hoort vrij te zijn om zijn natuurlijke gedrag te vertonen.
Moderne inzichten voegen daar aan toe dat welzijn niet alleen draait om het vermijden van negatieve ervaringen, maar ook om positieve ervaringen: plezier, spel, nieuwsgierigheid en een goede band met mensen.
Verrijking: zinvolle uitdaging
Verrijking betekent dat je je hond de kans geeft om zijn zintuigen, lichaam en hersenen op een natuurlijke manier te gebruiken. Het hoeft niet duur of ingewikkeld te zijn.
- Snuffelen: honden ontdekken de wereld met hun neus. Een rustige snuffelwandeling, voer verstoppen of een zoekspel vermoeit vaak meer dan een uur rennen.
- Kauwen: kauwen ontspant. Geef veilige kauwartikelen die passen bij het formaat en het gebit van je hond.
- Voedselpuzzels: laat je hond een deel van zijn maaltijd 'verdienen' met een puzzel, snuffelmat of verstopt voer.
- Training en spel: korte trainingsmomenten met beloning en samen spelen versterken de band.
- Variatie: nieuwe wandelroutes, andere ondergronden en rustige ontmoetingen houden het leven interessant.
- Sociaal contact: honden zijn sociale dieren. Tijd met hun mensen, en voor veel honden ook met andere honden, is een basisbehoefte.
Verrijking werkt het best als ze past bij het type hond. Een herdershond wil samenwerken en problemen oplossen, een jachthond wil zoeken en apporteren, een terriër wil graven en jagen, een windhond wil af en toe veilig sprinten en een kortsnuitige hond heeft meer aan rustig neuswerk dan aan intensieve inspanning. In elk rasprofiel staat waarvoor het ras gefokt is.
Rust is ook een behoefte. Veel volwassen honden slapen of rusten twaalf tot veertien uur per dag, pups nog meer. Een hond die nooit tot rust komt, wordt sneller prikkelbaar.
Stresssignalen herkennen
Honden communiceren vooral met hun lichaam. Bij lichte spanning tonen ze vaak subtiele signalen, die Turid Rugaas 'kalmerende signalen' noemde:
- de lippen of neus likken;
- geeuwen terwijl de hond niet moe is;
- wegkijken, de kop afwenden of de rug toekeren;
- het oogwit tonen (een 'walvisoog');
- zich uitschudden na een spannend moment;
- plots aan de grond snuffelen of zich krabben;
- hijgen zonder inspanning of warmte;
- trager bewegen, bevriezen of proberen weg te gaan.
Worden die signalen genegeerd, dan kan een hond overgaan naar duidelijker signalen: stokstijf staan, grommen, de tanden tonen, happen en uiteindelijk bijten. Straf een hond nooit voor grommen. Grommen is een waarschuwing; wie die wegstraft, leert de hond om zonder waarschuwing te bijten.
Chronische stress
Als een hond langdurig onder druk staat, zie je dat vaak aan zijn gedrag en lichaam:
- overmatig likken aan poten of lijf, of steeds achter de staart aan zitten;
- vernielen, veel blaffen of janken, vooral als hij alleen is;
- slecht slapen of juist heel veel liggen;
- veranderingen in eetlust of ontlasting;
- schrikachtigheid, prikkelbaarheid of plots agressief gedrag.
Zoek dan samen met je dierenarts naar de oorzaak. Soms zit er een lichamelijk probleem achter, soms past de leefomgeving niet bij wat de hond nodig heeft. Een erkende gedragsdeskundige kan helpen.
Pijn herkennen
Honden verbergen pijn vaak lang. Vooral langdurige pijn, zoals bij artrose, wordt makkelijk afgedaan als 'ouderdom'. Let op deze signalen:
- minder zin om te wandelen, te spelen of te springen;
- stijf opstaan, mank lopen of trappen vermijden;
- een gebogen rug, een gespannen buik of een vreemde houding;
- veel likken aan één plek;
- hijgen, rusteloosheid of moeilijk een ligpositie vinden;
- grommen of happen bij aanraking van een bepaalde plek;
- minder eetlust of veranderd gedrag tegenover mensen of andere dieren.
Dierenartsen gebruiken gestructureerde pijnschalen, zoals de Glasgow-pijnschaal, om pijn objectiever te beoordelen. Vertel je dierenarts welke veranderingen je thuis ziet; jij kent je hond het best.
Geef je hond nooit op eigen houtje pijnstillers voor mensen. Middelen zoals ibuprofen en paracetamol kunnen voor honden giftig zijn, zelfs in kleine hoeveelheden. Vraag altijd advies aan je dierenarts.
Wanneer naar de dierenarts?
- als je hond plots ander gedrag vertoont zonder duidelijke reden;
- als je pijnsignalen ziet, ook als ze mild lijken;
- bij langdurig verminderde eetlust, braken of diarree;
- bij plotse agressie, vooral bij aanraking;
- als je twijfelt: een controle te veel is beter dan een te weinig.
In het kort
- Welzijn gaat over meer dan gezondheid: ook over rust, veiligheid, natuurlijk gedrag en positieve ervaringen.
- Verrijking hoeft niet ingewikkeld te zijn en werkt het best als ze past bij het type hond.
- Leer subtiele stresssignalen lezen en respecteer ze; straf nooit een grom.
- Pijn wordt vaak verborgen: let op veranderingen in beweging, houding en gedrag.
- Geef nooit pijnstillers voor mensen en raadpleeg bij twijfel je dierenarts.
Bronnen
- De vijf vrijheden (Five Freedoms, 1979) (Farm Animal Welfare Council (Verenigd Koninkrijk))
- On Talking Terms with Dogs: Calming Signals (Turid Rugaas)
- Glasgow Composite Measure Pain Scale (University of Glasgow)
- Dierenwelzijn (Vlaamse overheid, Departement Omgeving)